Oninbare btw op debiteuren

Datum: 20.09.2017

Veel ondernemers hebben er mee te maken: oninbare vorderingen. Per 1 januari 2017 is op dit gebied een nieuwe regeling van toepassing. Recent verscheen er een Hofuitspraak over oninbare vorderingen die belangrijk is voor de praktijk. Het ging daarbij om de vraag wanneer een teruggaafverzoek tijdig is ingediend. Hoewel de uitspraak betrekking had op de periode vóór de wetswijziging, is deze thans nog steeds van belang.

Nieuwe regeling

Per 1 januari 2017 geldt dat een teruggaafverzoek via de btw-aangifte moet worden gedaan uiterlijk na 1 jaar na opeisbaarheid van de vordering. Het is voldoende dat op dat moment niet is betaald, er hoeft dan niet meer aangetoond te worden dat niet zal worden betaald. Wanneer de vordering later toch wordt voldaan, is deze btw weer verschuldigd. Als al eerder vaststaat dat niet betaald zal worden, kan op dat moment de btw al worden teruggevraagd.

Het moet gaan om de aangifte over het tijdvak waarin het einde van de één-jaarstermijn valt. Een verzoek mag dus formeel niet in een later tijdvak worden gedaan.